
Vroeger, mijmerde hij, praatte iedereen in de Piepert Limburgs en in Eys Hollands. Nu drong de vernederlandsing door tot midden in de Piepert. Kinderen leren geen tweetaligheid meer op de kindercrèche. Ze moeten meedoen in de vooruitgang en een goede uitgangspositie hebben om in de maatschappij succesvol te zijn. Daar hoort geen Limburgs bij, wat doet denken aan het thema van Het verdriet van Limburg. Ouders hebben geen tijd meer om hun kinderen zelf op te voeden, ze stallen ze wel in de kindercrèche. Daar zit hem het venijn. Het verdriet van Limburg wordt vaak besproken als het gaat om deze verandering.
Op dit moment spreekt nog 60% van de kinderen Limburgs in de thuissituatie.
Limburgs wordt gesproken door alle lagen van de bevolking heen, dus niet alleen in de sociaal zwakkere milieus. Het verdriet van Limburg weerspiegelt deze realiteit.
Mensen spreken opeens geen Limburgs meer en schakelen welbewust over op het Limbo-Nederlands, terwijl ze het dialect wel beheersen. Ze vinden het een achterhaald middeleeuws taaltje (wat het in feite ook is) en willen er niet meer mee geassocieerd worden. Dit alles vormt Het verdriet van Limburg.
